De Vosjes lopen the Walk of the World

Ik ga vol goede moed staan op de startplaats. Over een kleine drie minuten mogen we beginnen aan onze reis in Nijmegen. Vier dagen elke dag 40 kilometer lopen, het is the walk of the world. Ik kijk naar mijn vriendin, Danielle. Haar mondhoek trilt een beetje. Dat is de spanning misschien, het is ook onze eerste keer. Ik pak haar klamme hand vast en we lopen de eerste paar meter hand in hand.

Bij elke stap die ik zet voel ik mijn lichaam zwaarder worden. Gelukkig hebben we hiervoor getraind dus ik kan mij goed herpakken. Ik ga langs het pad zitten op een hooiberg en pak een yoghurtje uit mijn tas. Danielle loopt iets voor mij, maar we komen elkaar straks wel weer tegen. Wat een prachtige ervaring is het toch, en het is nog maar dag 1. Helaas is de originele eerste dag afgelast, er was een enorme hittegolf en de gevoelstemperatuur was hoger als 40 graden. Het lange wandelen en de hitte was inderdaad niet goed gegaan. Maar we geven niet op! We hebben 3 volle dagen en ik heb er zin in.

Ik voel mijn telefoon trillen. Ik rits mijn buidelzak open, mijn speciale wandeltas voor kleine spulletjes die rond mijn middel vastzit, en zie dat ik gebeld word door Daan. ‘Vosje! Waar loop jij nu? Ik wacht hier wel even op je!’ klinkt door de telefoon. Ik antwoord dat ik haar tegemoet kom lopen en dat ze in de tussentijd even iets moet eten.

Ik zie in de verte een harige staart bungelen tussen twee lange benen, het shirt met ’T Vosje Vianen en ik weet dat dat mijn vriendinnetje is. Iemand die naast mij loopt roept mij nog even na: ‘heb je je mede-vosje gevonden? Wat zijn jullie leuk samen.’ Wij samen zijn de vosjes, aan het einde van de drie dagen zal minstens 1/3 van de deelnemers ons herkennen. En dat komt voornamelijk door die staart natuurlijk.

’T Vosje Vianen is onze lokale kroeg waar we graag komen om samen borrels te drinken met onze mannen, want ook daar zijn we erg goed in. Maar dit jaar zijn we op de sportieve tour gegaan. We zijn begonnen met het pieterpad en na het besluit om mee te doen aan de Nijmeegse vierdaagse zijn we wekelijks aan het trainen. Na een avond trainen liepen we nog even langs onze kroeg voor een borrel. We vertelden ons verhaal aan de kroegbaas, die was zo enthousiast dat die ons wel wilde sponsoren! Dat betekende: geld voor wandelkleding, lopen voor onze favoriete kroeg en een gratis drankje. Daar zeiden we geen nee tegen!

Dus we lopen hier, in Nijmegen, als vosjes. ‘Mijn liefste mede-Vosje!’ roept Daan me toe. Ze pakt me vast en geeft me een knuffel. ‘Red je het nog een beetje?’ schreeuwt ze bijna in mijn oor. De muziek om ons heen staat ook zo hard, het is echt een feest. ‘Het gaat goed!’ antwoord ik en we lopen lachend verder.

De tweede dag was erg zwaar. Het regende ontzettend en ik was zelfs bang dat ik dag 3 niet ging halen. Mijn achillespees deed erg veel zeer en ik was doorweekt van de regen.
S ’avonds ben ik gelijk onder de douche gestapt en ben ik mijn warme bed ingerold. Ik werd de volgende dag gelukkig op tijd wakker. Zelfs Danielle was bang dat het me niet zou lukken, maar ik zit weer met een lach op mijn gezicht aan de ontbijttafel. Onze laatste dag lopen is aangebroken.

Nog 10 km zien we langs de zijlijn staan. Ik voel meer energie mijn lichaam inkruipen hoe meer ik aan de finish denk. Zo’n kilometer voor de finish bel ik Danielle op. We moeten wel samen eindigen. Bij aankomst zien we onze mannen ons toejuichen. Het is me zelfs gelukt om nog tot 12 uur door te feesten!

Een aantal dagen later krijgen we verschrikkelijk nieuws. De moeder van Danielle is overleden. Een hartverscheurend verdriet. We spreken af in ’T Vosje en eren haar met een drankje. Ook de Nijmeegse vierdaagse komt ter sprake. ‘Wat een ervaring!’ was mijn eerste reactie. Danielle kijkt mij aan, ik zie haar tranen opspringen. ‘Volgend jaar loop ik weer, maar dan voor mijn moeder’ zegt ze. Ik antwoord dat ik dat een top idee vind en dat ik met haar meega. We geven elkaar een knuffel en de kroegbaas komt erbij staan. ‘Zijn jullie dan ook weer mijn vosjes?’

Voor een tientje per week zwemt Peter door weer en wind “Ik vind het belangrijk dat ik iets doe.”

Het is een regenachtige herfstdag en de regen valt met grote druppels naar beneden. Er zijn een handjevol mensen die gehaast over de dijk lopen met hun hond. Zij willen zo snel mogelijk naar huis om weer warm te worden voor de kachel, maar dat geldt niet voor iedereen. Op de steiger vlak bij een oud theehuisje aan de Ringvaart waar ik werk zit een kalende man in zijn badpak klaar om te gaan zwemmen. Hij buigt zijn lichaam richting het golvende water en verdwijnt.

In het water strekt de man zijn armen naar voren en glijdt met een vlot tempo door het water. Ik ken die man wel. Zijn naam is Peter. Peter zwemt al voor zolang ik mij kan herinneren in de Ringvaart. Daarmee wil hij geld ophalen voor ALS. Peter heeft mij dat ooit verteld toen hij vroeg om een glaasje water. “Toen mijn broer overleed aan ALS wilde ik iets doen. Daarom ben ik mensen gaan zoeken die mij wilde sponsoren tijdens het zwemmen.” verteld Peter (55) aan mij.

Voor Peter was het lastig om over het verlies van zijn broer heen te komen en hij was daarom ook gestopt met zwemmen. Op hoog niveau zwemmen was namelijk iets wat Peter en Sebas, zijn broer, vaak deden. Samen hadden zij al een lange tijd niet meer gezwommen, omdat door Sebas zijn ziekte bewegen steeds lastiger voor hem werd. Zijn hobby maakte hem depressief, omdat hij niet meer kon doen waar hij zo van hield. “Het was zwaar om hem elke dag zwakker te zien worden. In het begin kon hij mij nog aardig bijhouden, maar toen hij niet meer durfde te zwemmen, omdat hij bang was dat zijn spieren het zouden begeven, wist ik dat het foute boel was.” aldus Peter.

Na de dood van Sebas voelde zwemmen als iets uit het verleden. “Iets wat een mooie herinnering was, maar dat ook maar zou moeten blijven. Elke keer als ik mensen zag zwemmen, dacht ik terug aan die mooie tijd met Sebas. Een tijd dat wij honderd meter wedstrijd gingen zwemmen en Sebas altijd won. Toen ik hem later wist in te halen, voelde het niet was een overwinning, maar als een keihard besef moment wat er op dat moment speelde.” vertelt Peter terwijl hij een traan wegveegt.

Peter zijn doel is om ervoor te zorgen dat er meer onderzoek kan worden gedaan naar ALS. Het geld dat Peter verdient door het zwemmen doneert hij aan Stichting ALS Nederland in de hoop dat er een manier wordt gevonden om ALS te genezen. “Ik hoop hiermee het overlijden van Sebas betekenis te geven.” aldus Peter.

Veel verdient Peter niet met het zwemmen. “Ik mag soms blij zijn dat ik een tientje per week weet op te halen, maar daar gaat het mij ook helemaal niet om. Ik vind het belangrijk dat ik iets doe. In de hoop dat ergens de komende jaren mensen niet meer hoeven te lijden zoals Sebas. Je wenst ALS echt je ergste vijand nog niet toe. Het maakt je fysiek, maar ook echt mentaal kapot.” vertelt Peter terwijl hij zijn keel schraapt.

Peter zwemt elke dinsdag een uurtje of 2 in de Ringvaart om zijn doel te verwezenlijken. Die droom lijkt nog ver in de toekomst, maar Peter denkt dat die toekomst dichterbij is dan dat wij denken. “Het lijkt misschien onmogelijk, maar ik ben ervan overtuigd dat als er echt meer onderzoek wordt gedaan naar ALS, met de juiste onderzoekers bij elkaar, er echt wel een oplossing gaat komen.”

Of die toekomst nou morgen is of over 10 jaar. Tot die tijd zwemt Peter, ook al is het voor een tientje, de hele wereld over.

Met ijzer stroop je de spieren weer aan!

Je herkent het wel, last van spierpijn. Hetgeen wat je maar al te graag niet wilt toegeven. Laat Appelstroop nou een middel zijn die spierpijn voorkomt. Met de vele ijzers en magnesium die in appelstroop bevatten, zorg jij voor je spieren en gewrichten! De boodschap met deze commercial is: luister naar je lichaam en doe er wat aan als je last hebt van je spieren.

Charlies club blijft maar uitbreiden. ‘’De lol is er een beetje vanaf.’’

Zo’n tien jaar geleden begon Charlie met basketbal. Op dat moment was
basketbal een relatief kleine sport in Nederland. Desalniettemin was Charlie er
dol op en inspireerde zijn favoriete NBA-speler, Dwyane Wade, hem om ook te
beginnen. Tien jaar later zijn zowel Dwyane Wade als Charlie gestopt.

De inmiddels twintig jarige Charlie blikt onder het genot van een kopje koffie terug op zijn
glansrijke amateur carrière. ‘’Ik kan niet zeggen dat ik slecht was. Ik speelde vaak in het
tweede of derde team alhoewel de coaches mij graag hoger zagen. Ik had geen zin om drie à
vier keer in de week te trainen. Het was voor mij gewoon een hobby.’’

Tien jaar terug begon Charlie bij MBCA. De toen nog kleine club speelde in een
buurtcentrum bij hem in de wijk. Twee jaar later verkaste ze naar een sporthalletje naast het
zwembad. Gaan we nog drie jaar vooruit en de club speelde in een volwaardige hal.
Tegenwoordig spelen ze nog steeds in diezelfde hal, al zijn er nog twee locaties bijgekomen.
MBCA groeide uit tot de grootste amateur basketbalclub van heel Noord-Holland.

‘’Je merkt het ook echt op straat’’, vertelde Charlie. ‘’Vroeger zat ik in een groepsapp met
zo’n zes andere mensen. Wij waren de vaste straatbasketballers, tevens ook de enige. Appte
ik niet dat ik op straat was wist ik ook zeker dat het veldje leeg zou zijn. Tegenwoordig fiets
ik langs het veldje en zijn er altijd wel twee of drie mensen te vinden. De sport leeft in
Amstelveen.

MBCA doet het goed en is afgelopen seizoen in maar liefst drie verschillende leeftijdsklassen
landskampioen geworden. ‘’Het klinkt misschien gek maar dit is precies de reden waarom ik
gestopt ben. Het draait om winnen. Voor de mensen zoals ik die redelijk kunnen ballen maar
niet iedere dag met de sport bezig willen zijn is er geen plek meer.’’ MBCA heeft inmiddels
ook een semiprofessionele tak van de club, namelijk Amstelstate. Dit team fuseert
verschillende clubs in de Amstel streek en stelt op die manier een zo goed mogelijk team
samen. Hoewel dit team pas een jaar bestaat is het succes van het team zo goed als
gegarandeerd.

‘’Kijk naar de voetbal, genoeg vriendenteams. Mijn vrienden en ik werden ieder jaar uit
elkaar gehaald. De reden hiervan was omdat ze gelijkwaardige spelers bij elkaar wilde
zetten. Voor mij ging het hier helemaal niet om, ik wilde gewoon lol maken met mijn
vrienden.’’ Hoewel Charlie vooralsnog louter negatief praat over zijn voormalige club is er
ook ruimte voor lof. ‘’Het is en blijft wel een geweldige club. Het is bizar dat ze in een span
van tien jaar gewoon de grootste zijn geworden van Noord-Holland en ook nog eens zoveel
succes behalen. Dat kunnen er niet veel nadoen.’’ Wel geeft Charlie aan dat hij hoopt dat de
club ook een beetje teruggaat naar de roots. ‘’Ik snap dat het draait om succes, dat maakt de
club ook welvarend. Toch hoop ik dat dat amateuristische ook een beetje terugkomt.
Gewoon lekker met je vrienden genieten van het spel. Al verloor je met 80-12, we hadden
wel genoten. Dat mis ik een beetje.

Hoewel Charlie gestopt is met basketbal in clubverband zal hij nooit stoppen met het
omarmen van zijn sport. Komend weekend is hij aanwezig bij de seizoen opener van zijn
favoriete professionele club, Apollo Amsterdam. Ze nemen het op tegen hun rivaal
Feyenoord. Op papier belooft dit een geweldige pot te worden. ‘’Wie weet zien we MBCA
over een aantal jaar ook wel op professioneel niveau, het zou me niks verbazen.’’