Een echte meisjesdroom; profvoetbalster worden

Vrouwenvoetbal wordt steeds populairder. De kijkcijfers en toeschouwers in de stadions blijven stijgen. Dit aantal is
nog nooit zo hoog geweest als bij het EK voetbal in Engeland. Op 31 juli speelden de Engelse vrouwen de finale tegen Duitsland en wonnen ze hun eerste historische Europese titel. Dit was niet zomaar een overwinning, op deze dag is er geschiedenis geschreven. De Nederlandse Sarina Wiegman heeft samen met het Engelse team een grote verandering gebracht in het vrouwenvoetbal.

Het EK voetbal 2022 voor vrouwen heeft gezorgd voor hoop, hoop voor de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal. Heel Engeland
was het gehele EK chaos, volle stadions en door alle steden overal grote schermen met pleinen vol toeschouwers. De laatste
keer dat Engeland een Europese titel won was in 1966, toen wonnen de mannen. In 1966 was de situatie in Engeland heel
anders want toen was het voetbal voor vrouwen nog verboden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstond er een groei van
vrouwen die gingen voetballen. Vrouwen die in munitiefabrieken werkten gingen teams vormen en ontstond er een grote
populariteit van het vrouwenvoetbal. In 1920 zater er meer dan 46 duizend toeschouwers in het stadion om de vrouwen aan te
moedigen. Deze populariteit duurde maar kort, want ze kwamen tot de conclusie dat het voetbalspel ongeschikt was voor
vrouwen. Sinds 1971 mogen vrouwen wel weer voetballen in Engeland en de vrouwen hebben dit jaar tijdens het EK het
voetbal “thuis” gebracht. Zo noemen de Engelse supporters de overwinning; “footbal is coming home”, en niet door de mannen
maar door de Engelse vrouwen.

Jonge meisjes kunnen nu ook dromen, dromen over een toekomst in het voetbal. In plaats van een kamer vol posters van
Lionel Messi of Frenkie de Jong, hebben ze nu poster van Leah Williamson of Vivianne Miedema. Voetbal is ontstaan als een
mannensport, maar dat is nu helemaal aan het veranderen. Onze eigen Haagse Sarina Wiegman heeft een grote rol gespeeld
in de groei van vrouwenvoetbal. Sarina Wiegman is voormalig coach van het Nederlandse vrouwenteam en huidig coach van
het Engelse vrouwenteam. Sarina heeft in een korte periode al fantastische dingen bereikt in haar carrière. Ze heeft met de
Nederlandse vrouwen het EK in 2017 gewonnen, 2 e op het WK en nu in 2022 de Europese titel binnen gehaald met de Engelse
vrouwen. De eerste coach die met verschillende landen twee opeenvolgende EK-zeges pakt. Een vrouw die dit soort dingen
bereikt in een grote inspiratie voor velen.

Ellen van Eldik is ook een groot voorbeeld voor velen. Ellen van Eldik is coach bij de kleine voetbalclub uit Nijmegen, VV
Trekvogels. Ze was eerst trainster van de dames 1 waar ze een grote invloed heeft gehad op de kwaliteit van het damesteam.
Nu is ze zich volledig gaan focussen op de meisjes uit de jeugd van VV Trekvogels. Ze heeft een selectieteam samengevoegd
en leidt daar de jonge meisjes op tot profvoetbalsters. Ellen geeft aan dat ze de coach wil zijn die zij vroeger nooit had. Toen zij
vroeger als jong meisje begon met voetbal was ze het enige meisje en werd ze altijd op de bank gezet want; “meisjes kunnen
niet voetballen”. De droom van Ellen was de nieuwe Johan Cruijf worden of de nieuwe Cristiano Ronaldo, maar het was voor
haar altijd een droom waarvan ze wist dat het nooit zou kunnen. Ze wil dat jonge meiden nu kijken naar voetbalsterren in het
vrouwenvoetbal en dat ze zich gehoord voelen. Het is nu tegenwoordig een droom die werkelijkheid zou kunnen worden, want
het vrouwenvoetbal blijft groeien. Ellen geeft aan dat ze jonge meiden het gevoel wil geven dat ze gehoord worden en dat hun
droom niet een gekke droom is, want; “meisjes kunnen wel voetballen!”.

Gebeurtenissen zoals de overwinning van de Engelse vrouwen op het EK zijn gebeurtenissen waar geschiedenis geschreven
wordt. Deze momenten zorgen ervoor dat het vrouwenvoetbal aan het woord komt, dat vrouwen gezien worden en dat jonge
meisjes dromen ontwikkelen. Deze gebeurtenissen zorgen voor groei van het vrouwenvoetbal en zorgen ook voor een realisatie
dat we er nog niet zijn.

De downside van het heldendom; ‘’Mijn vader zei altijd, ga niet doen wat ik heb gedaan.’’

Sommige ouders willen niets liever dan dat hun kind topsporter wordt, maar sommige ouders hebben ook
liever niet dat dit gebeurt. Hoe zit dat precies?

Jan Villerius was een Nederlandse voetballer die als stopperspil speelde. Hij begon op negenjarige leeftijd
bij Xerxes, waarmee hij in zijn debuutseizoen 1957/58 uit de Eerste Divisie degradeerde. Hij speelde in die
periode meermaals voor Nederlandse jeugdelftallen.

In de zomer van 1958 stapte hij over naar Sparta, waarvoor hij in december 1958 op het hoogste niveau
debuteerde. Met die club werd hij in het seizoen 1958/59 landskampioen. Hij speelde 40
competitiewedstrijden voor Sparta.

Tijdens de Europacup wedstrijd van Sparta in 1960 tegen Glasgow Rangers kreeg hij de bijnaam ‘’De held van
Glasgow’’, omdat hij de wedstrijd van zijn leven speelde.

In 1961 stapte hij over naar ADO Den Haag. Hij was de eerste echte grote aankoop van ADO. Hij heeft tot 1968
ongeveer 300 wedstrijden gespeeld voor de Haagse club. In 1967 maakte hij de trip naar de Verenigde
Staten als San Francisco Golden Gate Gales mee (Wikipedia, 2022).

Hij imponeerde met zijn grote gestalte. Ruim 1,90 meter lang, een sterk lichaam, stoere uitstraling. Niet zo
snel, niet zo wendbaar, oogde soms laconiek, maar beschikte wel over een uitstekend inzicht,
anticipatievermogen en kon krachtig ingrijpen. In 1968 ging hij, nadat hij drie maanden gestopt was, aan de
slag bij RCH waar hij aan het einde van het seizoen 1968/69 zijn loopbaan besloot.

Zijn zoon Frenk Villerius, die op 8 mei 1966 geboren werd, had al snel de ambitie om ook proefvoetballer te
worden. Hij begon op zijn 10 e met voetballen en het werd meteen zijn passie. Tot zijn 16 e /17 e levensjaar had hij
de droom om profvoetballer te worden, net als zijn vader.

‘’Mijn vader zei op een gegeven moment tegen mij toen we onderweg waren in de auto naar de training; Ga
niet doen wat ik heb gedaan. En dan kan je het nog wel willen, maar de kans dat het lukt is bijzonder klein. En
als het je wel lukt, dan is het ook een heel erg onzeker bestaan.’’

Frenk vertelt dat het er in de jaren 70 heel erg anders aan toeging in de voetbalwereld dan hoe het nu is.
‘’Eigenlijk sinds de komst van Johan Cruijff kwam er meer geld bij kijken. Mijn vader kon er altijd wel van leven,
maar had ook zijn andere baan er nog gewoon naast. Het is niet zoals nu. Tegenwoordig kan zelfs een
middelmatige voetballer veel geld verdienen. Sommige mensen vonden misschien dat mijn vader mij mijn
droom ontnam, maar ik zag het altijd als iets heel realistisch. Hij wist waar hij het over had, omdat hij zelf ook
in die wereld had gezeten. Ondanks dat er de loop der tijd steeds meer geld omging in de voetbalwereld, bleef
het verhaal van mijn vader hetzelfde. Hij heeft heel goed in die wereld gezien wat dat ‘heldendom’ voorstelde. Hij vond het zelf totaal niet interessant. Maar hij zag wel wat het met andere mensen deed. Als wij 20 jaar
nadat hij was gestopt met voetballen ergens over straat liepen, herkenden mensen hem nog steeds. Maar dat
interesseerde hem eigenlijk vrij weinig. Doordat hij in die wereld had gezeten wist hij heel goed wat de
keerzijde ervan was. Jongens die geblesseerd raakten en nooit meer konden voetballen of jongens die geen
contractverlenging kregen en dus in een klap zonder baan zaten.’’

‘’Toen hij zelf net bij Sparta zat, was hij net in opkomst. Toentertijd had je nog het zogenaamde oude
transfersysteem. Een club kon toen veel geld voor je vragen. Je was als het ware een soort slaaf. Mijn vader liet
zich niet manipuleren en zei toen hij wegwilde dat hij dan zou stoppen met voetballen. Een ding weet ik zeker,
hij heeft zich nooit door een club laten bespelen. En dat was dan ook waarom hij dit niet voor mij wilde. Hij
wilde dat ik ging studeren en zekerheid zou hebben in mijn leven. Uiteindelijk ben ik blij geweest met het
advies van mijn vader en zijn realistische blik op mijn droom.’’

Sporten is niet voor iedereen vanzelfsprekend, “voor kinderen is het fijn dat ze een fysieke uitlaatklep hebben.”

Niets is lekkerder dan na een drukke dag je energie kwijt kunnen tijdens het sporten. Toch is het
voor meer dan dertigduizend kinderen in Amsterdam niet vanzelfsprekend om te kunnen sporten.
Helden, zoals stichting Jeugdfonds Sport & Cultuur Amsterdam helpen kinderen uit gezinnen waar
niet zoveel geld is om mee te doen aan structurele sport. “We willen dat alle kinderen mee kunnen
doen aan sport en cultuur.”

Levi Heimans (37) is baanwielrenner en heeft deelgenomen aan de Olympische Spelen van Athene,
Beijing en Londen. Hij heeft een aantal medailles behaald op Europese en wereldkampioenschappen,
is meermaals Nederlands kampioen op de individuele achtervolging en heeft verschillende
wedstrijden op de weg gewonnen. Verder werkt hij als docent aan de Vrije Universiteit bij de
Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen. Daarnaast geeft hij groepstrainingen op de fiets
en is 6 jaar werkzaam als coördinator bij stichting Jeugdfonds.

(Jeugdfonds Sport & Cultuur, 2022) Het Jeugdfonds is een netwerkorganisatie wat samenwerkt met
de gemeente, stadsdelen, het sociale domein zoals scholen, maatschappelijke organisaties, armoede
organisaties en sportclubs. Ze vergoeden sportcontributie en attributen voor kinderen uit gezinnen
waar niet zoveel geld is. Zo kunnen kinderen meedoen aan sport. Denk aan lid worden van een
vereniging of sportschool. Hierbij wordt gekeken naar het inkomen van het gezin. Mochten gezinnen
toch niet aan de criteria voldoen, maar wel hulp nodig hebben dan helpt het Jeugdfonds door middel
van een motivatie van een intermediair. Zij zijn betrokken bij gezinnen en verenigingen. Hierdoor
komen er bovenop de dertigduizend zo’n duizend kinderen bij.

Levi vindt het leuk om wat te doen voor de mensen in de stad waarin hij woont. Zo kan hij zijn eigen
betrokkenheid naar de stad vergroten, leert de stad beter kennen op een andere manier en
tegelijkertijd kan hij iets doen voor mensen die het niet makkelijk hebben. Door zijn persoonlijke
achtergrond heeft hij sport erg hoog zitten. “Ik heb veel sportkansen gehad, hierdoor weet ik dat het
goed is. Het is fijn om hier een bijdrage aan te leveren.” Een hoop sportverenigingen en clubs nemen
kinderen aan. Het is fijn dat kinderen in meer reguliere Nederlandse clubs worden opgenomen en zo
integreren. Er wordt lekker meegedaan met de alledaagse bezigheden zoals sportieve activiteiten
wat echt verlichtend voor deze kinderen kan zijn zowel fysiek als mentaal aldus Levi.

Voor Levi is sport een manier om zijn geest uit te zetten. Het fysieke gedeelte van sporten is voor
hem ontspannend. Volgens Levi geldt dit ook voor kinderen. Veel kinderen hebben thuis zorgen.
Denk aan armoede of andere stress zoals het vluchtelingenproblematiek. Voor deze kinderen is het fijn dat ze een fysieke uitlaatklep hebben die ook zorgt voor mentale ontspanning. Daarnaast is sporten erg verbindend. Levi: “niets is sterker dan een gezamenlijke en fysieke ervaring op het
sportveld of waar dan ook. Dat is wat mensen verbindt. Soms is dat krachtiger dan andere
gezamenlijke activiteiten wat niet sport gerelateerd is.”

Levi: “ik heb nooit echt een voorbeeld gehad als het gaat om helden. Ik vind het mooi dat mensen
zich met passie inzetten. Denk bijvoorbeeld aan stichting Samen Is Niet Alleen. Deze mensen zetten
zich altijd met hart en ziel in om mensen te helpen. Voor sportdeelname en andere dingen. Dit zijn
geen helden zoals je op tv ziet, maar ze doen erg goed werk voor de stad en dat vind ik inspirerend.
Het zorgt ervoor dat ik dit werk ook doe.”

Het Jeugdfonds probeert op veel manieren om sportdeelname te promoten. Daarnaast werken ze
veel samen met lokale initiatieven zoals evenementen of sportstimulering van de gemeente. “We
werken veel samen met sportstimuleringsactiviteiten en instanties. Als kinderen lid willen worden,
kunnen wij dat bekostigen.” Zo kunnen alle kinderen meedoen aan sport en cultuur.

Bronnenlijst
Jeugdfonds Sport & Cultuur. (2022, 1 juli). Over ons. Jeugdfonds Sport & Cultuur. Geraadpleegd op
15 september 2022, van https://jeugdfondssportencultuur.nl/over-ons/

Han Poppema, een held voor vele kinderen

2 januari 2021. Op de wekker staat 4:45 uur, Han is al wakker. Rustig ontbijten en de routes van het fietsen en het lopen nog even goed doornemen. Wanneer de klok 6:00 slaat, is het zover. Han springt het water in en is sinds dien niet meer aanspreekbaar. In zijn opperste concentratie maakt hij zich klaar om de eerste zwemslagen te maken.

Zwemmen, fietsen, lopen
Twaalf triatlons, in twaalf maanden in de twaalf provincies van Nederland. Dat is wat 54-jarige Han Poppema in 2021 heeft geflikt. Ter info; Een triatlon bestaat uit 3,8 kilometer zwemmen, vervolgens 180 kilometer fietsen en als kers op de taart eindigen met 42,2 kilometer hardlopen. Dit deed Han allemaal voor een goed doel, Het Gehandicapte kind.

Geen kind zonder vriendjes
“Tijdens de ICON, een extreme triatlon, in 2019 werd me door de organisatie gevraagd op te schrijven wat mijn grootste angst was”, vertelt Han. Zonder te twijfelen schreef hij ‘unable to sport’ op. “Vrijwel direct kreeg ik het idee om mijn twaalf triatlons te wijden aan een goed doel”, vertelt Han al wijzend naar zijn t-shirt. Op het shirt staat het logo van Het Gehandicapte kind afgebeeld. Het goede doel waar Han uiteindelijk voor gekozen heeft. Hij staat op en draait zich om. Op zijn rug is de tekst ‘Geen kind zonder vriendjes’ te zien. “Geen kind zonder vriendjes, een mooiere slogan bestaat niet”, zegt Han al glimlachend.

Framerunners
Waar Han zich voornamelijk voor in wilde zetten, was het fenomeen framerunning. “Ik merkte om mij heen dat vrijwel niemand wist wat framerunning inhield. Daar heb ik verandering in gebracht.” Framerunning is de para-atletiek sport waarbij de sporter met een running frame op een atletiekbaan verschillende afstanden aflegt. “Kinderen waarbij rennen eerst onmogelijk was, kunnen met behulp van de running frames racen over de atletiekbaan. Dat is waar ik het allemaal voor doe”, vertelt Han met een ontroerende lach op zijn gezicht.

Donaties
Doormiddel van donaties wist Han een enorm bedrag op te halen voor Het Gehandicapte kind. Bij vele donaties staat een stukje tekst waarbij mensen hun verwondering voor Han zijn prestatie tonen. “Wat zijn wij trots op je. Ondanks tegenslagen toch altijd doorgezet. Wat een mega prestatie!”, “We hebben je het afgelopen jaar vol bewondering gevolgd”, “Heel veel respect voor deze ongekende prestatie. Daar moet je wel een beetje gek voor zijn”, “Beste Han, ‘able to sport’ is een prachtig inzicht, dat zorgt voor dankbaarheid. Dankjewel voor deze boodschap. Je bent een ware held”.

Na 45,6 kilometer zwemmen, 2.160 kilometer fietsen en 506,5 kilometer hardlopen zit het erop. Han loopt de finish tegemoet en twee confetti kanonnen gaan af. Het zit erop. Vermoeid, trots maar vooral voldaan spreekt Han de mensen toe die af zijn gekomen op de finish van TwaalfTwintig. “Zonder mijn team, clubgenoten, de racerunners die ik heb mogen leren kennen en natuurlijk mijn familie had ik dit nooit gekund. We zijn allemaal helden”, vertelt Han in de microfoon met tranen in zijn ogen.

Samen met burgemeester Molkenboer maakt Han de cheque bekend. 12.550,00 staat er met grote zwarte cijfers op de cheque. Na de finish van TwaalfTwintig zijn er nog meer donaties bijgekomen. De teller staat nu op 15.004,00 en loopt nog steeds.

Heldendaad
Voor vele kinderen, ouders en sporters is Han een held. Zelf zal Han dit nooit bevestigen. “De kinderen voor wie ik deze twaalf triatlons heb gedaan zijn de helden van het verhaal. Door blijven gaan met sporten, ondanks een handicap. Dat vind ik een helden.”

Volendamse Lynn Groot geeft geen krimp

In begin het jaar 2021 besloot de 19-jarige Volendamse Lynn Groot om bij de Koninklijk Marine in Den Helder te solliciteren. Nu heeft zij afgelopen jaar voor het eerst een reis gemaakt aan boord van het schip de Zre Majesteit Evertse, maar dit ging niet allemaal zonder slag of stoot. Tijdens de Eerste Maritieme Militaire Vorming (EMMV), een interne opleiding die plaats vond op het schiereiland Texel, raakte Lynn samen met nog twee beginnende mariniers onderkoeld tijdens één van hun fysieke testen.  Die twee mariniers stopten met hun training, maar de sterke Volendamse niet.

‘’Het werken in een viswinkel paste niet in mijn ideaalbeeld voor de toekomst. Ik wilde iets nieuws proberen’’, zegt Lynn met een overtuigende blik. Het leek haar altijd al leuk om iets bij defensie te gaan doen. Haar interesses hebben daar altijd al gelegen en na wat nadenken wist zij het zeker: ‘’Ik ga solliciteren bij defensie voor de functie Matroos Operationele Dienst’’. Bij deze functie is teamverband van belang. Als matroos richt je je vooral op het varen en vechten van het schip en je houdt het gebied rondom het schip in de gaten (Ministerie van Defensie, 2022). ‘’Het was altijd al een droom van mij om rond de wereld te reizen en de Koninklijke Nederlandse Marine, gaf mij die mogelijkheid’’.

Voordat Lynn zich bij de Koninklijke Marine mocht voegen, moest zij een proces van vele psychologische en fysieke testen ondergaan. In deze periode van 2 maanden moest Lynn zichzelf van haar beste kant laten zien. Dit viel best zwaar bij Lynn. ‘Tijdens de fysieke testen heb ik echt verre afstanden moeten rennen, met meer dan 25 kilo op mijn rug. Gedurende deze test zag ik mensen in elkaar zakken of op de vloer zitten, omdat zij het niet meer aan konden. Ik probeerde mijzelf groot te houden en wilde die eindstreep te graag halen’. Lynn had alle testen doorstaan en mocht zich officieel bij de Koninklijke Marine voegen, alleen was zij nog geen matroos. Men mag zichzelf matroos noemen nadat zij de Eerste Maritieme Militaire Vorming (EMMV) hebben voltooid. Hier werd Lynn op fysiek en lichamelijk gebied getest, maar dan in een veel extremere vorm. Niemand had ooit gedacht dat de EMMV op deze manier zou eindigen..

Deze extremere vorm van testen werd vaak ’s nachts uitgeoefend. Dit werd gedaan om haar geest te trainen voor onverwachte aanvallen, want dit zou ook aan boord van het schip kunnen gebeuren. Gedurende dat Lynn foto’s laat zien vertelt zij mij:’ Ik werd dan gewekt rond 1 of 2 uur ’s nachts om vervolgens uren lang te roeien of te speedmarsen. Dit was heel zwaar, maar toch zette ik telkens weer die stap om door te gaan’. Maar toen kwam de eindoefening om de hoek kijken, ‘De Volharding’. Deze eindoefening duurt 48 uur en bepaalt of een leerling zich matroos mag noemen. Tijdens deze oefening wordt er van de leerlingen verwacht dat zij onder verzwarende omstandigheden te werk kunnen gaan, maar door de hevige storm mocht dit helaas niet baten. Terwijl Lynn samen met haar medestudenten in rubberboten door het IJsselmeer voeren, werd het door de harde wind onmogelijk gemaakt om in de goede richting te pedellen. De rubberboot waar Lynn aan boord zat kieperde om en zij raakte met twee medestudenten te water en 50 andere studenten zaten in paniek om hun heen te kijken terwijl hun bootjes vol met water liepen. Lynn kijkt verdrietig terug naar die dag: ‘Door de storm was het onmogelijk om weer in ons bootje te klimmen. Ik lag daar in het water, te vergaan van de kou en ik kon niks doen’. Na 3 lange uren werden de drie jongeren uit het water getrokken. ‘Ik had het zo verschrikkelijk koud. Ik dacht echt dat ik nooit meer warm zou worden’.

Na dit verschrikkelijke debacle werden een paar leerlingen naar het ziekenhuis gebracht in verband met onderkoelingsverschijnselen. Lynn werd samen met haar bootmaatjes door haar docenten uit het korps gezet, omdat zij te ‘zwak’ zouden zijn om het op een boot te overleven. De drie leerlingen mochten hun kleding inleveren en moesten de basis in Den Helder verlaten. ‘Diep van binnen wilde ik schreeuwen, waarom ik, waarom ik? Ik wilde dit zo graag en zag mijn droom in duigen vallen’. Lynn werd naar huis gestuurd en heeft dagenlang met een knoop in haar maag gezeten. ‘Ik wist dat ik spijt zou krijgen als ik geen weerwoord zou geven, dus na een paar dagen heb ik dat gedaan’, vertelt Lynn. Lynn reed met volle snelheid richting Den Helder en maakte de sergeant duidelijk dat de Koninklijke Marine haar toekomst was. Naar aanleiding van haar daad liet de sergeant Lynn weer terug komen naar basis en heeft zij haar opleiding als Matroos Operationele Dienst af kunnen ronden. Zo heeft zij de hele wereld rond gevaren en staat zij na deze ervaring sterker in haar schoenen. ‘Door die actie heb ik mijn dromen waar kunnen maken en zie ik een mooie toekomst voor mij. Als iedereen die stap durft te zetten wordt naar mijn idee de wereld net ietsje mooier dan eerst. Ik heb dan ook een nieuwe favoriete quote: dream it, wis hit, do it. Iets wat ik voor mijn hele leven mee zal dragen en nooit zal vergeten’.

 

Het opgeven van je sporthelden droom: “Ik heb nog steeds spijt.”

Eric Colle heeft al zijn leven gevoetbald. Sinds zijn eerste keer voetballen wist hij het zeker, hij gaat profvoetballer worden. Echter is deze droom totaal in de soep gelopen. Door het aannemen van een baan bij de Marine kon hij niet meer meedoen aan de trainingen en wedstrijden. We zijn nu 50 jaar verder en Eric vertelt over zijn sporthelden droom. Heeft Eric spijt? 

 

Word jij de sportheld van jouw sportvereniging?

Sporthelden zie je niet alleen maar op tv of in de media. Ook binnen studenten sportverenigingen heb je sporthelden lopen. Je ziet steeds vaker dat er potentiële olympiërs binnen een vereniging lopen en dit merk je duidelijk aan de andere sporters. Maar hebben studenten eigenlijk zelf ook de dwang om een sportheld te zijn?

Ongeveer de helft van de inwoners van Utrecht zit bij een sportvereniging waarbij ze minstens 1 keer in de week sporten, geeft Gemeente Utrecht aan in recente rapporten. Daaronder valt de grootste studentensportvereniging Orca roeien, die maar liefst 1.000 leden telt. De populariteit van de sport blijft groeien, maakt NBTC en Waterrecreatie Nederland bekend in hun nieuwste rapport. “Roeien is een makkelijke sport om in een korte tijd te leren, daarom is het ook zo populair onder studenten”, zegt Niek Huisman lid van Orca.

Binnen een studentenvereniging zou je vast ook sporthelden hebben. “Die hebben wij zeker, onze sporthelden zijn de wedstrijdroeiers”, vertelt Niek terwijl hij zijn avondeten al vroeg klaar maakt voor zijn training van vanavond. “Het grootste gedeelte van de organisatie gaat competitie roeien, wat het mega vet maakt wat die mannen en vrouwen allemaal neer zetten als wedstrijdroeiers. Hoe vaak ze trainen en hoe gemotiveerd ze zijn. Iedereen binnen Orca kijkt naar hen op.” Onderling wordt er veel gepraat over de wedstrijden die zijn gespeeld en hoe goed ze het hebben gedaan. Niek, die inmiddels op het balkon is gaan zitten met zijn eten, geeft aan dat je regelmatig als orcalid de wedstrijdroeiers aanmoedigt langs de kant en meefietst tijdens de wedstrijd.  Hierbij zie je dat het bij roeien echt om binding en motivatie gaat. “Als je wedstrijd roeit dan kun je ook verwachten dat je uiteindelijk op het EK of de Olympische Spelen gaat roeien. Dus ja, zij zijn echt wel de helden van de vereniging.”

Aangekomen op de training van de competitie roeiers spreek ik bestuurslid en stuurvrouw Femke. “Bijna iedereen begint met roeien in zijn studententijd. Roeiers die in hun studententijd beginnen, zijn vaak ook de mensen die je op de olympische spelen ziet. Vanaf 1976 t/m afgelopen jaar hebben wij nog nooit géén orcanen op de olympische spelen gehad.” Ook vertelt zij, zeker nu bestaan roeiverenigingen volledig uit helden.

Maar hoe ontstaan deze helden? “Orca is een best grote organisatie en we hebben alles professioneel georganiseerd. Dit doen we door een meerjarig plan op te stellen, wat volledig gericht is op zoveel mogelijk olympiërs creëren. Dit plan werkt door in alle lagen/niveaus van Orca. Hoe wij onze eerstejaars wedstrijdroeiers opleiden tot de keuzes die wij maken in welke boot de competitieroeiers gaan”, vertelt bestuurslid Femke.

Samen kijken we uit op de competitieroeiers die druk bezig zijn met de boten in het water te krijgen. “Alles is gericht op prestaties. Competitieroeiers merken daar wat minder van, maar ook zij dragen bij. Het motiveert ons allemaal om die top te bereiken en een held te worden binnen de vereniging.”

Zittend op de veranda waar al vele roeiers samen komen om nog wat te eten voordat de training begint vertelt Niek: “veel mensen zouden wel die sportheld willen zijn binnen de vereniging, maar het eist zoveel tijd, energie en training. Veel roeiers denken ook dat ze het niet kunnen.” Bestuurslid Femke sluit hierbij aan: “Een klein deel van de vereniging die al wat langer wedstrijdroeien en heel serieus trainen hebben het doel om olympisch te gaan spelen. Veel roeiers zouden dit ook echt kunnen halen. Als je een held wilt worden binnen Orca, hebben we alles om dat te faciliteren.”

De training begint inmiddels bijna en iedereen verzamelt zich. “Er is niks zoals in een boot zitten, in acht tot tien minuten alles geven en dat samen te mogen doen. Ja, in de toekomst zou ik wel willen wedstrijdroeien. Nu ben ik op een leeftijd dat ik alles eruit kan halen, veel van mijn lichaam kan vragen en niet veel verantwoordelijkheden heb naast mijzelf. Ik heb de potentie, waarom zou ik het dan niet gebruiken”, sluit Niek zijn verhaal af voordat hij naar zijn boot toe loopt en begint aan zijn training.