Enig

Enig of alleen?

Alleen, eenzaam, antisociaal, verwend, zielig en  delen ho maar. 

Dit is wie ik zou moeten zijn, als ik de wereld om mij heen moet geloven. 

Een slechte ‘keuze’ van mijn ouders. 

Het enige wat ik kan is deze vooroordelen een voor een ontkrachten door het tegendeel te bewijzen. Maar dat doe ik niet, dat doe ik niet omdat ik niet weet wie ik geworden was als ik wel broers of zussen had gehad. Dat is iets waar ik vroeger wel eens over fantaseerde. Wel wilde ik alleen een oude broer, bij voorkeur een die ook nog op jongens viel zodat we samen konden flaneren over de tropische standen waar onze ouders ons mee naar toe namen en alle lekkere hapjes stuk voor stuk konden becijferen. Ik was toen twaalf. Voordat die leeftijd aanbrak, wilde of miste ik het niet. Ik was een gelukkig kind. Niet eenzaam, niet zielig, wel een beetje verwend. Content. 

Ja, als puber is het ingewikkeld, je kan niks maken zonder de schuld te krijgen. Als twee verrekijkers die je bij elke stap in de gaten houden. Bij vrienden die niet alleen waren ging het er zo anders aan toe, al die chaos en drukte in dat huis vond ik toen heel bijzonder. En zij vonden het mij weer lekker rustig en hadden het gevoel dat mijn ouders oprecht geïnteresseerd waren en ook echt alles van ze onthielden, dat lukte hun ouders bij hun vriendinnetjes niet. Maar ook hier geld het gegeven dat ik niet weet hoe dit zou zijn als er wel andere naar zweet stinkende pubers in ons huis hadden rond gelopen.

Deze tijd behoort tot een ver verleden en ik kijk er met een grote glimlach op terug. Nu ben ik volwassen. Heb mijn eigen huis, een lieve vriend, twee katten en een toekomstperspectief. Met deze verantwoordelijkheid komen er zorgen. De enige zorgen die ik ooit heb gekend als het gaat om het enig kind zijn. Wat als mij ouders er straks niet meer zijn? Wie staan er dan net zo dicht bij als ik? 

Ik heb genoeg mensen die mijn hand vastgrijpen en mij er doorheen kunnen slepen, maar er is niemand die dezelfde band heeft met mijn ouders zoals ik die heb. Niemand die weet hoe bezorgd mijn moeder kon zijn als ik ‘s avonds laat terug moest fietsen van een feestje. Niemand die mijn zenuwen begrijpt toen ik mijn eerste vriendje aan ze voorstelde en niemand die weet hoe erg mijn vader en ik kunnen lachen om veel te flauwen grappen.

Dat zou de enige reden zijn dat ik, als ik er klaar voor ben, niet maar een kind zou willen opgroeien. En natuurlijk het geval dat er dan wel een heel klein gezelschap van het kerstdiner geniet, maar dat terzijde. Het gevoel van het alleen achter laten van een kind lijkt me verschrikkelijk. Wel heeft het maken van deze docu mij zo erg geholpen om alle voordelen te zien en mijn zorgen te verminderen. Het leven loopt nou eenmaal zoals het loopt. En als ik mijn kind(eren) ook maar half zo liefdevol zou kunnen als mijn ouders dat bij mij gedaan hebben mag ik naar mijn idee al een gat in de lucht springen. 

Naar mijn idee heeft het opgroeien zonder broers of zussen onwijs veel voordelen maar het oud worden zonder broers of zussen alleen maar nadelen. Nadelen die ik allemaal nog moet ervaren en misschien dat ik achteraf kan zeggen dat het echt allemaal wel mee viel. Mijn ouders steken mij een hart onder de riem. Zij hebben er geen twijfels over dat het, als het ooit nodig is en ze oud en verschrompeld zijn,  Ik een fijne groep mensen achter me heb staan die me zullen helpen waar nodig. Als enig kind was ik immers een ster in het dicht bijhouden van vrienden. Vrienden voor het leven. Mijn familie.

 

 

Bookmark the permalink.

Comments are closed.