“Een beperking voor de een, een kracht voor de ander”

Een beperking voor de een, een kracht voor de ander”

Op 22 augustus 2001 werd ik geboren als lief baby’tje. Mijn ouders stonden sterk in het geloof, waardoor zij al van tevoren hadden besloten om wat hun kind dan ook mocht mankeren, dat ze het zouden aannemen en opvoeden zoals bij elk ander kind.

De dokters hadden mijn moeder van tevoren onderzocht en concludeerden dat ik waarschijnlijk niet zou kunnen lopen, eten of bewegen, vanwege de hydrocephalus die ik had. De hersenscans toonde ook een abnormale vorm van mijn hoofd, waarbij het vocht geen ruimte had om te ontsnappen. Het was dus wel een wonder dat ik als baby wel gewoon kon eten en praten. Het enige waar ik moeite meehad was mijn hoofd optillen, gezien het grote gewicht ervan op een klein babylichaam.

Toen ik twee was moest ik opnieuw worden geopereerd aan mijn drain, een waterreservoir dat het vocht uit mijn hoofd wegsluist op het moment dat ik plas. De drain die ze geplaatst hadden was te klein en moest verlengd worden.

Ik wilde mijzelf totaal niet in een hokje zien van ‘de beperkte broer. Niet omdat ik me zou moeten schamen voor mijn beperking, maar meer omdat mijn beperking niet zo van invloed is dat ik tot niks in staat ben. Daarom is voor mij altijd prettig geweest dat mijn ouders mij als normaal opvoedden, want hoewel ik zag dat ik tot veel minder in staat was dan mijn broertjes; ik had nooit het gevoel als minder behandeld te worden. Integendeel, ik werd vaak voorgetrokken vanwege mijn beperking. Hierdoor konden mijn broertjes minder doen, omdat ze afhankelijk waren van mijn moeder en die was bezig met mijn zorg.

Nu we allemaal wat ouder zijn is die verhouding er niet meer, nu kan ik gewoon samen met mijn broertje (die twee jaar jonger is dan ik) overal naartoe. Dat maakt alles ook een stuk fijner, dat je gewoon met een leeftijdsgenoot ergens naartoe kan alsof je met een vriend afspreekt, i.p.v. met een volwassene die je meestal neerzet als hulpeloze kindje.

Sinds de tweede operatie aan mijn drain toen ik twee jaar was, gingen een paar jaar voorbij, totdat ik op de basisschool terechtkwam. Daar werd mijn slechtziendheid duidelijk. Ik botste vaak tegen muren en zag bij gym ballen nooit aankomen. In groep 1 besloten mijn ouders om dan maar een andere school te zoeken. Na lang zoeken kwamen mijn ouders bij een Visioschool. Het probleem was daar alleen dat ik voor de school zelf te goed zag. Tot 40% visie werd je aangenomen, mijn visie zat destijds op 80%. Mijn zichtprobleem zat hem dan ook niet in het waarnemen, maar in de verwerking ervan in de hersenen, ook wel cerebral visual impairment. Dat hield in dat het bruggetje tussen mijn zicht en mijn hersenen te laat wordt aangemaakt waardoor ik alles later verwerk dan op het moment gebeurt.

Op de Visioschool leerde ik dat niet de enige was en dat ik doelen in mijn leven op mijn eigen manier kan verwerken. Bijvoorbeeld: ik was best bekwaam in spelling, maar in rekenen was ik gewoon bagger; aangezien ik moeite had met het verwerken van die informatie. Als ik dat nu vertel aan mensen kijken ze me raar aan, omdat ik nu in staat ben om sommen binnen no time op te lossen. Mensen begrijpen vaak niet hoe dat kan, dat een deel van mijn hersenen het wel doet en een ander deel niet. Ikzelf snap soms ook niet helemaal hoe dat in zijn werking is gegaan, maar iedereen vindt het wel altijd bijzonder om te horen. “Een beperking hebben” wordt vaak weggezet als iets vervelends, dat mensen zielig vinden. Ik heb er soms ook weleens moeite mee dat mijn leeftijdsgenoten meer kunnen dan ik, maar dan bedenk ik me dat er ook weer mensen zijn die tot minder in staat zijn dan dat ik ben. Ik kijk naar alle zegeningen die ik kan tellen en de honderden manieren waarop ik hetzelfde kan bereiken als ieder ander.

Ook in de toekomst zie ik geen druk met mijn beperking. Meestal denken mensen dat je dan minder snel aangenomen wordt. Ik zie het eigenlijk anders: als ik word aangenomen, is dat prima, zo niet: ik kan mijn talenten ook zelfstandig laten zien. Op de werkvloer zijn er zat mensen die een beperking hebben en gewoon kunnen functioneren. Ik ga er ook niet vanuit ergens bij een 9-5 baan aan te schuiven, maar ik wil al een tijdje iets op mezelf neer kunnen zetten. Mijn beperking zorgt ervoor dat alles mij extra inspanning kost. Om die reden wil ik iets waarmee ik mijn tijd kan besteden op mijn manier. Zelf de regie willen nemen en niet afhankelijk hoeven zijn van een ander.

Ik wil mijn kracht omzetten en doorgeven aan jongeren die ook een beperking hebben. Iedereen gaat anders om met zijn of haar beperking en lang niet allemaal hebben ze dezelfde situatie. Ik had van mezelf een sterk karakter, maar ook ondersteunende ouders die mij hoop inspraken. Mijn verhaal is dus niet alleen een manier voor mij om te uiten hoe ik mij voelde en wat er in mij omging, maar ook voor iedereen die even in een dip zit. Ik ben daar geweest, ik ben ook mijn beperking tegengekomen in deze keiharde, pijnlijke wereld, maar dat hielp mij er ook weer bovenop.

Om dan mooi het bruggetje te maken naar mijn passie, schrijven, lijkt het mij dan ook mooi om een boek te schrijven of meerdere boeken met een slechtziend archetype. Mensen zitten namelijk vol vooroordelen over wat een beperking is en begrijpen niet helemaal hoe het in elkaar zit. Als ik mensen vertel dat ik een beperking heb, verbaast het hen dat ik op de HvA zit. Ons vermogen tot vooroordelen is gebaseerd op hoe we de wereld te zien krijgen. Boeken en films vullen mensen vol vooroordelen over bepaalde groepen, terwijl de werkelijkheid anders ligt.

Als dat niet lukt zie ik mezelf wel ergens parttime bij een redactie teksten schrijven. Als deel van het geheel laten zien waartoe ik in staat ben met mijn beperking. Als mensen dan zien waar ik goed in ben, doen de dingen die ik niet kan er niet meer toe.

 

Hierboven zei ik al een beetje dat ik de ambities heb om later een boek te schrijven met beperkte mensen als personages, maar ik zie mezelf ook wel een boek schrijven over mijn ervaringen als slechtziende. In dat boek komen dan inspirerende quotes van mensen die mij waardevolle visies hebben opgeleverd op het leven, wat weer motivatie kan bieden voor een ander.  Ook beschrijf ik dan hoe mijn beperking mij kansen bood in het ontwikkelen van mijn passie voor schrijven.  Zo hoef ik nooit te denken in mijn beperking als belemmering, maar als mijn kracht!

Productie 2:

“Er zijn altijd wel mogelijkheden”

Nederland telt 1,7 miljoen mensen met een arbeidsbeperking, waarvan 600.000 mensen niet in staat zijn om te werken. De overige 1,1 miljoen die wel kan werken, heeft de helft geen baan (Bron: CBS). In het doelgroepenregister staan zo’n 225.000 mensen met een beperking vermeld. Het doel van het nieuwe kabinet moet een inclusieve arbeidsmarkt zijn. Hieronder kunnen we verstaan dat mensen met een beperking kunnen werken op hun eigen niveau en dat er ondersteuning is op de werkplek of bij het zoeken van werk.

Hotel de Schildkamp is een voorbeeld van hoe zo’n werkplek eruit kan zien. Alle werknemers van het hotel hebben een lichamelijke, dan wel  geestelijke beperking. Zij worden via UWV of via de Avelingengroep in contact gebracht met het hotel. Door het aanpassen van verschillende functies probeert het hotel het werk makkelijker te maken voor hun werknemers met beperking. Ralph Klaare, manager van De Schildkamp, is van mening dat iedereen de mogelijkheid hoort te krijgen om taken op zichzelf te kunnen doen. “Dat is je plicht als inclusieve werkgever, meedenken aan wat een werknemer met beperking kan betekenen voor jou”, stelt Klaare. Ook vanuit de overheid kunnen werkgevers inspraak doen op bepaalde voorzieningen.

 

Ralphs cliënten laten ook hun waardering  blijken voor hoe Ralph zich inzet voor inclusiviteit op de werkvloer. “Klanten zijn altijd positief wanneer ze horen dat we mensen met een beperking in ons personeel hebben”, aldus Klaare.

De Schildkamp werkt volgens de jobcarving-methode, wat inhoudt dat een functie die normaal gezien aan één persoon wordt toegewezen, wordt opgesplitst in verschillende stappen om die vervolgens onder te verdelen (onder de mensen met een beperking).  “In het begin waren er problemen met het afwassen, aangezien werkneemster Cindy niet in staat was om ’s avonds af te wassen. De jobcoach was dan ook niet beschikbaar”, aldus Klaare. Ralph heeft toen met zijn werknemers afgesproken dat het afwassen tussen 1 en 5 uur zou plaatsvinden. “Al die wijzigingen vergen een omschakeling van het huidige proces. Uiteindelijk hebben we de voorraad ook vergroot zodat ook bij een vol restaurant er genoeg borden waren om te serveren, voor het geval er nog veel borden in de vaatwasser lagen”, legt Klaare uit.

Om zo’n proces werkbaar te maken, moest het hele team flexibeler zijn. “Ik heb alle medewerkers beetje bij beetje door het proces heen geloosd. Ik maakte hen duidelijk dat ze een andere manier moesten vinden om samen te werken”, aldus Ralph. Voor zo’n omschakeling moet je op een andere manier kijken naar de regels. “Eerst overleg ik met de leidinggevenden, of ze de verandering willen. Daarna probeer ik het personeel in de keuken te overtuigen. Ik leg ze dan uit dat ze in een vast patroon werken en ze weten waar ze aan toe zijn. Daarnaast hoef je je geen zorgen meer te maken over de afwasser”, legt Klaare uit.

 

Ervaringsdeskundige Mireille de Beer van de LFB (vereniging die opkomt voor de belangen van mensen met een beperking) heeft zelf een beperking en deelt tips voor mensen met een beperking. “Iedereen heeft iemand nodig die in hem/ haar gelooft, ongeacht je beperkt bent of niet. Het verschil alleen is dat mensen bij arbeidsgehandicapten alleen kijken naar de beperking en niet naar jouw kunnen”. Mireille ervoer hetzelfde, totdat ze in aanraking kwam met Onderling Sterk. “Bij Onderling Sterk en LFB kwam ik mensen tegen die mij met respect behandelden en in mij geloofden. Dit gaf mijn zelfbeeld een positieve draai en mijn zelfvertrouwen een boost. Ik kwam erachter waar ik goed in was en op welke manier ik dat kon ontwikkelen”. De Beer geeft mee dat een beperking onontkoombaar is en daarbij niet heel je leven hoeft te beïnvloeden. “Ik vond het zeer nuttig dat ik de ruimte kreeg van mensen om ook fouten te mogen maken. “Je moet je vooral niet anders voordoen dan dat je bent. Soms moet je je eenmaal kwetsbaar opstellen om te zien of je medemens open staat voor jou”, aldus de Beer. De laatste tip die ze meegeeft is (vooral voor de werkgevers) is dat het werken met een ervaringsdeskundige gunstig is voor bedrijf en werknemers. “Je komt er daar achter hoe zwaar het is om iets voor elkaar te krijgen met een beperking, maar je leert ook meer over je doelgroep”, volgens de Beer.

Volgens Ralph is het belangrijk dat een jobcoach beschikbaar blijft. “Mijn werknemers worden gelukkig ook ondersteund vanuit de Avelingengroep en het UWV. Als dat er niet was geweest, dan was het werken met arbeidsgehandicapten haast onmogelijk geweest”, stelt hij. Klaare wil deze boodschap ook op het hart drukken van betrokken instanties. “Een werknemer met een beperking vergen veel geduld van een bedrijf en een hoop inspanning om de werknemers voldoende aandacht te geven en bij te sturen waar dat nodig is”.

Voor de toekomst wil Ralph graag dat er meer functies beschikbaar kunnen komen bij hotel de Schildkamp voor mensen met een beperking. “Ik hoop dat de wetgeving het werken met een beperking meer aanpast. Werknemers met een beperking zijn vaker toegewijd aan een baan dan een werknemer die niks mankeert”, aldus Klaare. Gemotiveerde, betaalbare, inclusieve werknemers… wat wil je nog meer?!

 

 

 

Bookmark the permalink.

Comments are closed.