De brand van Volendam

De brand van Volendam is een verdriet dat nooit meer weggaat in het dorp. De brand zorgde voor 14 doden en 241 slachtoffers.

 

“De brand heeft mij voorgoed veranderd als persoon” 

Per jaar branden er 100.000 woningen af in Nederland. De Volendamse Linda Jonk was vijftien toen ze de brand meemaakte in café de Hemel die haar bijna fataal werd. De gebeurtenis heeft haar getekend voor het leven. ‘Ik zag het vuur rollend op me afkomen.’

Linda was met haar vriendinnen in een andere bar, voordat ze besloten naar café de Hemel te gaan op oudejaarsavond in Volendam. Het was daar ontzettend druk. “Om 00:30 werden er sterretjes uitgedeeld in het café. Het ging mis aan de andere kant van de bar. Er waren sterretjes bij elkaar gehouden en ik zag in mijn ooghoek opeens een steekvlam ontstaan, de kersttakken daarboven hadden vlamgevat. Kennissen van mij zag ik het naar beneden trekken, dus ik dacht dat het uit was.” Er was toen veel onrust en paniek in het café. Boven de takken waar Linda het niet kon zien smolt de kerstversiering verder en verspreidde het vuur snel. “Op een gegeven moment kwam het vuur rollend onder de takken door mijn kant op. Toen zag je wel iedereen wegrennen, gieren en proberen weg te komen. Ikzelf niet, ik was eigenlijk verstijfd van schrik. Ik probeerde om me heen te kijken wat ik moest doen, maar eigenlijk belandde ik al snel in de vuurzee. Ik zat vast tussen krukken, mijn schoenen waren vast gesmolten aan de vloer. Voor mij stapelden mensen zich op. Het enige wat ik kon doen was wachten. Mensen liepen over hoofden, er was pure paniek.”

Het werd steeds rustiger om Linda heen. “Toen is er eigenlijk een stuk zwart geworden van mijn herinneringen. Ze trokken aan mijn arm en namen me mee. Ze trokken heel hard, want die handafdruk staat nog steeds op mijn arm door de littekens.”

Linda werd gebracht naar een ander café. “Ik merkte dat mijn handen verbrand waren, want ik voelde niks meer. Ik werd gekoeld met koude handdoeken en emmers water. Het is de ergste pijn die ik ooit heb gevoeld, alsof 1000en naalden je tot op het bot raken. Mijn ouders kwamen naar me toe. Ik kreeg ondertussen geen lucht meer, want mijn longen waren beschadigd door onderkoeling. Ze zagen dat het slecht met me ging. Mensen schreeuwden om me heen.”Linda is met een bouwbusje naar het VU-ziekenhuis gebracht, omdat er geen ambulance beschikbaar was. “Het was een helse rit, want ik was zwaar onderkoeld, maar ik stikte ook bijna, dus het raam moest open. In het ziekenhuis werd ik binnen een paar seconden neergelegd. Ik werd verdoofd, kreeg een kap op mijn mond en ik ging out. “

Linda lag 40 dagen in het ziekenhuis samen met andere slachtoffers. “Toen ik wakker werd na drieënhalve week in coma mochten we geen nieuws kijken, met niemand erover praten, en geen kranten lezen over de brand. Ze waren bang dat we van puur verdriet zouden overlijden. Uiteindelijk hoorde ik dat er veertien mensen waren overleden. Je weet niet of het vrienden of kennissen zijn. Je ziet niemand, je ligt op de IC en niemand mag erbij, alleen je ouders, je vriend en je broer. Je leeft zo in onzekerheid en angst op dat moment. “

Linda kreeg verschillende huidoperaties. “Ze haalden huid van mijn been af om op de wonden te leggen. Ik mocht niet draaien of bewegen, want de huid ging dan kapot. Je hebt spalken om en je bent zo zwak.”Na 3,5 week kreeg Linda weer voor het eerst eten. “Ik maakte weinig mee van de eerste tijd van het ziekenhuis, omdat ik veel morfine en ketamine kreeg.”

Thuiskomst was zwaar. “Ik moest drie keer per week naar het ziekenhuis. Je beseft bij thuiskomst wat er is gebeurd en dan moet je het verwerken.”

Linda kreeg veel hersteloperaties. “Mijn onderarm was vastgegroeid aan mijn bovenarm, de spieren waren ingekort en de littekens werden doorgesneden. Het moest worden rechtgezet. Ondertussen wil je naar school en leuke dingen doen, maar dat gaat niet. Mentaal sloopt dat je. Je kan niet zijn wie je wil zijn. Er is enorm veel frustratie en je hebt een gigantisch trauma. Mensen staarden me na op straat. Het is heftig om dat als jonge puber mee te maken.”

Linda pakte na de hersteloperaties haar school weer op. Ze wilde juf worden. “Ik haalde mijn diploma’s voor onderwijsassistent en pabo. Hierna kwam ik in een enorme depressie. Ik behaalde mijn doelen en ik kwam erachter dat ik niet gelukkig was met mezelf. Ik was alleen maar bezig was met doelen stellen om vooruit te kijken in plaats van tevreden zijn met waar ik stond.” Linda is zeven jaar depressief geweest vanaf haar 21e. “Ik had therapie, maar dat hielp niet. Ik was in die tijd suïcidaal, ik begon vanaf toen aan antidepressiva. Hier vlakte ik van af.” Na zeven jaar verbrak Linda haar relatie met haar toenmalige vriend en stopte met antidepressiva. “Vanaf toen ging er een wereld voor me open. Ik was toen 28. Ik ging toen veel uit, datete veel en pakte veel festivals.”

Linda wordt nog vaak nagestaard door mensen op straat door de littekens op haar gezicht en handen. “Mensen kijken vaak nieuwsgierig naar me en dan glimlach ik gewoon terug. Mijn huid wordt nooit meer hoe het was, ik krijg rimpels op plekken waar mijn littekens zitten. Ik accepteer het, maar ik vind het jammer en baal er ook van.”

Linda in nu 36 en staat stabiel in het leven. Ze woont samen met haar vriend en haar zoontje van twee in Volendam. Linda is werkzaam als juf en geeft daarnaast workshops over persoonlijke groei. “Soms zijn er dagen dat ik me slecht voel en het verdriet naar boven komt. Dan accepteer ik dat en kijk ik naar de dingen waar ik dankbaar voor ben. Ik heb geleerd uit de brand dat ik veel meer kan dan ik dacht. Als je dit hebt meegemaakt in je leven en nog zo gelukkig kan zijn, dan ben je tot alles in staat. Ik heb nieuwe mensen ontmoet en dieper contact gekregen met mensen. Het heeft mij zelfverzekerder gemaakt, want ik was altijd onzeker over mijn uiterlijk en dat heb ik nu veel minder. Doordat ik zoveel heb meegemaakt en meer over mezelf te weten ben gekomen, weet ik ook wat ik kan, wat ik ben en dat maakt mij een tevreden mens.”

 

 

 

Bookmark the permalink.

Comments are closed.