‘’Mijn ouders zijn mijn ouders niet’’

Als een van de weinige personen van kleur opgroeien in een klein dorp is al moeilijk genoeg. Laat staan dat je ouders ook nog eens totaal niet kunnen begrijpen wat je meemaakt wanneer er racistische opmerkingen naar je hoofd worden geslingerd. Als adoptiekind in Benschop was dit een dagelijkse realiteit voor Levien (29). Hoe is het om de enige persoon van kleur te zijn in je familie? Hoe ga je om met gesprekken over racisme als je ouders nauwelijks willen bekennen dat het bestaat? En hoe moet je als jong volwassene je weg vinden als je ouders je niet de weg kunnen wijzen?

 

‘’Jou zullen ze er altijd uitpikken’’

De eerste keer dat Levien erachter kwam dat hij anders was dan andere kinderen, was in groep 3. Hij kreeg de schuld van een foto kapot maken, terwijl een ander klasgenootje de dader was. Zijn moeder zette hem thuis neer, en legde hem uit dat hij moest oppassen. ‘’Jou zullen ze er altijd uitpikken, ze herkennen je gelijk.’’ Destijds begreep Levien er helemaal niks van. Niet omdat hij het niet kon bevatten, maar omdat zijn moeder het nauwelijks kon uitleggen. Dit zou niet de eerste keer zijn dat Levien ervaringen opdeed waar zijn ouders helemaal geen verstand van hadden. Als tiener had hij vaak last van een lokaal groepje hooligans. Tegen deze tijd praatte hij er al niet meer over met zijn ouders. ‘’Die problemen hoefde ik niet bij hen aan te brengen’’, vertelt Levien. ‘’Volgens hen bestond ‘echt’ racisme alleen in Amerika, hier moest je je er vooral niks van aantrekken en doorlopen.’’ Maar doorlopen gaat nogal moeilijk als tien boeren je op je bek willen timmeren. Gelukkig had hij zijn oudere broer, die welbekend was in het dorp en Levien zoveel mogelijk beschermde. Als Levien problemen had, bracht hij die bij zijn broer of bij zijn vrienden. Het enige wat hij thuis nog deed was slapen en eten, voor de rest was hij zo min mogelijk thuis.

‘’Ik wou daar zo snel mogelijk weg’’

Vanaf een jaar of 15 begon Levien zich sterk af te zetten tegen zijn ouders. Dat heeft iedereen waarschijnlijk wel, maar Levien begon ook sterk te voelen dat zijn ouders helemaal niet zijn ouders waren. Toen hij 17 was verhuisde hij naar Diemen, naar de gigantische studentenflats van de Rode Kruislaan. ‘’Ik wou daar zo snel mogelijk weg. Naar Amsterdam verhuizen was dan ook fantastisch, ineens was ik omringd door allemaal mensen van allerlei achtergronden. In Benschop was iedereen hetzelfde, de een was misschien wat rijker dan de ander, maar dat was het dan ook wel. Ik ben destijds ook helemaal opgegaan in de feestjes en de kroegen, ik wou het allemaal zien en iedereen ontmoeten.’’ Maar de hele tijd feesten en mensen ontmoeten komt met een prijs. Levien verwaarloosde zijn studie na een paar jaar compleet, deed naar eigen zeggen ‘’veels te veel drugs’’ en werd van zijn studie afgeschopt. Dit resulteerde erin dat Levien even helemaal klaar was met al het feesten. ‘’Na dat ik van mijn studie geschopt werd zat ik alleen nog maar binnen. Of ik was op werk of ik zat in me kamer een beetje niks te doen.’’ Na dit voor een jaar lang te doen, was het genoeg geweest. Met zijn spaarcenten ging Levien op reis naar India, liet zijn dreads uitgroeien en besloot het allemaal zelf wel uit te vogelen. In een hostel met kakkerlakken groter dan zijn hand zat hij daar, gelukkiger dan hij ooit was geweest.

 

’Terwijl mijn dreads langer werden werd ik ook gelukkiger’’

Die dreads uitgroeien zijn een ding. Als tiener had hij ze namelijk al, maar hij moest ze afscheren van zijn ouders omdat het te duur werd om te onderhouden. ‘’Ik heb heel lang rondgelopen met een kleine, slecht onderhouden afro. Toen ik voor mezelf begon te kiezen en bewust bezig was met wie ik wil zijn en wat ik wil doen, ben ik ook mijn dreads gaan uitgroeien. Sindsdien gaat het eigenlijk alleen maar beter. Terwijl mijn dreads langer werden werd ik ook gelukkiger.’’ Levien maakte een bewuste keuze om voor zichzelf te kiezen, liet het verleden het verleden zijn en keek naar de toekomst.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.